elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanrecommanderen

aanrecommanderen , anrekemedijêrn , aanbevelen, recommandeeren; ik ken joe hōm, of: dat wel anrekemedijêrn.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanrecommanderen , anrikkemederen , van het Franse recommander , aanbevelen. Ik ken je dat merk anrikkemedere.
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
aanrecommanderen , anrekommanderen , anrekommanderen, anrekommandeerd , aanbevelen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aanrecommanderen , anrikkemederen , anreklameren, anreklemeren, anrekkemederen, anrikk , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook anreklameren (Zuidoost-Drents veengebied), anreklemeren (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Veenkoloniën), anrekkemederen (Zuidoost-Drents zandgebied), anrikkelemeren (Zuidwest-Drenthe, zuid. Zuidoost-Drents zandgebied), anrekommanderen (Veenkoloniën, Zuidoost-Drents zandgebied), anrekemederen (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = aanbevelen Dat boek kan ik je anrikkemederen, het is een goed boek (Sle), Die man kan ik je anrekemederen, het is een harde warker (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanrecommanderen , ônrikkemendiire , aanbevelen , Dé kan ik’kew ônrikkemendiire, dé's goej spul, ik gebrûik 't al veul jaore. Dat kan ik je aanbevelen, dat is goed materiaal, ik gebruik het al vele jaren.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
aanrecommanderen , anrikkemederen , anrikkederen, anrikkemeren, anriklammaderen, anrik , werkwoord , en var.; aanbevelen, recommanderen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanrecommanderen , añrikkemedeere , werkwoord , rikkemedeer an, rikkemedeerde an, añgerikkemedeerd , [Fra, recommander] aanbevelen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
aanrecommanderen , [aanbevelen] , anrikkemederen , (werkwoord) , rikkemederen an, an-erikkemedeerd , aanbevelen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aanrecommanderen , aonrikkemendére , aanbevelen
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
aanrecommanderen , anrekommanderen , anrikkemederen , (< recommander) aanbevelen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
aanrecommanderen , anrikkemedeere , aonrekommedeere , werkwoord , aanbevelen (Helmond en Peelland); aonrekommedeere; aanbevelen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
aanrecommanderen , aonrikkemendeere , ònrikkemendeere , zwak werkwoord , ònrikkemendeere – rikkemendeerde (n) aon - òngerikkemendeerd , contaminatie van ‘aanbevelen’ en het Franse ‘recommander’ = aanbevelen; Cees Robben – [onderwijzer tegen een moeder die haar zoon aan een baan wil helpen:] Ik kan nie over ‘m stuite, mar omdè gèt-zèèd zal ik opnoteere dek van de week moet optillefeneere en ’m aon rikkemendeere.. En dan moet ie mar solliciteere.. (19720128); ònrikkemendeere; aanprijzen, aanbevelen, recommanderen; Cees Robben – ik zal em ònrikkemendeere; A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (1958-2005) - zw. ww. tr. aanrekonmanderen, aanbevelen. Reelick e.a. - Bosch' woordenboek (1993 & 2002) - aonrikkemedere
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal