elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aansturen

aansturen , ansturen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. aanhitsen Stuur hum de hond mor an (Odo) 2. in Der weur ’n man anstuurd heengezonden (ti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aansturen , ônstiere , aanlengen , Ge moet dieje koffie nie mér ônstiere héij is toch al veul te slap, t’is krék loerrie. Je moet die koffie niet aanlengen hij is toch al veel te slap, het is net schotelwater.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
aansturen , anstuure , werkwoord , een schommel aantrekken (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal