elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achter elkaar

achter elkaar , âchter mekaor , achter elkaar Lop mar moi âchter mekaor. ovver ’t pedje. Loop maar netjes achter elkaar over ’t paadje.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
achter elkaar , aachtermekaor , achterelkaar , Alle koej lóópe aachtermekaor és'se nô de stal moete um gemólleke te worre. Alle koeien lopen achter elkaar als ze naar de stal moeten om gemolken te worden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
achter elkaar , aachterbekaare , bijwoord , achter elkaar, onmiddellijk (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal