elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achtermiddag

achtermiddag , achtermiddag , achtemiddag , (mannelijk) , Namiddag. ’s Achtermiddags of ’s achtermiddes.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
achtermiddag , [namiddag] , achtermiddag , achtemiddag , (mannelijk) , Namiddag, ’s Achtermiddags of ’s achtermiddes.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
achtermiddag , achtermiddeg , zelfstandig naamwoord de , Late namiddag. Zegswijze in (op) de achtermiddeg weze, er (financieel) slecht aan toe zijn, aan lager wal zijn geraakt, op zijn retour zijn. De zegswijze duidt er eigenlijk op, dat het al te laat is om nog orde op zaken te stellen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
achtermiddag , aachtemiddeg , namiddag , Ik zéij giesteren aachtemiddeg óp munne gatschènk gevalle, de gathannes dé’k zéij. Ik ben gister namiddag op mijn stuitje gevallen, de stuntel die ik ben.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
achtermiddag , achtemiddag , zelfstandig naamwoord , achtemiddaege , achtemiddagie , namiddag Ik mot achtemiddag nog een paor booschoppe doen Ik moet deze middag nog een paar boodschappen doen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
achtermiddag , saachtemiddeges , ’s middags van ongeveer 13.00 tot 16.00 uur , een mooi woord van vroeger is: sondagssaachtemiddeges = zondagsmiddags
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
achtermiddag , aachtemiddeg , saachtermiddegs , zelfstandig naamwoord , namiddag (Eindhoven en Kempenland); saachtermiddegs; in de namiddag. (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
achtermiddag , aachtermiddag , saatemiddag, taatemiddag , zelfstandig naamwoord , namiddag, achtermiddag, het einde van de middag; - Op 'nen aachtermiddag zaag Kareltje vanuit den tuin 'n paor lange beenen langs de heg stappe... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Kareltje Vinken’; feuilleton in 10 afl. in NTC 13-4-1940 – 24-8-1940); saatemiddag; na de middag; De Wijs – Komde daor nog wellis? - Jaowel, ’s Zaoterdags saate-middags (11-02-1965); taatemiddag; in de namiddag; Gòmme taatemiddag nòr de stad?; Cees Robben – As dè ons taante Tonia testag-taate-middag komt... (19710604) [Of dat tante Tonia dinsdag na de middag langskomt..]; Cees Robben – Hoeneer komde wir... Beschient ’n testag-taatemiddeg.. (19760423); Stadsnieuws - Taatemiddag zèèk nie tèùs, mar taovend kunde wèl koome. (160809); WBD III.4.4:124 'te achtermiddag', 'middag', 'te middag' = namiddag ; uit: te - achter - middag?; Haor TATEMIDDEG - na de middag; Jan Naaijkens - Dès Biks – (1992) - taatemiddag bijwoord - vanmiddag; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - ATEMIDDIG - achtermiddag, 'nen atemiddig' is een bepaalde werktijd, een schof tussen middageten en vier uur (frure); ontstaan uit 'aftermiddag': 's atemiddigs - in de namiddag! t'atemiddig - op deze namiddag. A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - geeft 'taatermiddeg' voor Casteren, Riel en Goirle; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - TACHTE(R)NOEN - dezen namiddag
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal