elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achtkantig

achtkantig , aachtkaanteg , aachtkanteg, aachtkèntig , bijvoeglijk naamwoord , onbuigzaam, dwars, lomp, driftig (West-Brabant; Tilburg en Midden-Brabant; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
achtkantig , aachtkaanteg , bijvoeglijk naamwoord , achtkantig, in de zin van onbeholpen, grof, lomp; Van Rijen (1998): aachtkaantege zelfstandig naamwoord - grof en onbehouwen iemand; Frans Verbunt: aachtkaanteg - onbeholpen, onbehouwen, lomp; Stadsnieuws: Dès naa ècht enen aachkaantegen boer. (200909); Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) – ACHTKANTIG - achtvlakkig. Ook in de uitdrukking -  'Nen achtkantigen boer' - lompe, onbeschofte persoon.(Ned. achtkante boer); J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): VIERKANTIGE zelfstandig naamwoord m. - iemand met plompe manieren: 'ne vierkantigen boer'. ACHTKANTIG bvw .fig. lomp, plomp van manieren, dom van voorkomen.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal