elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afgelasten

afgelasten , oflasse , werkwoord , Afgelasten. | Ze zelle de wedstroid wel oflasse.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
afgelasten , aflassen , afgelasten: deur ’t kooi weer moesse ze de persessie aflassen. vanwege het slechte weer moest men de processie (optocht) afgelasten.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
afgelasten , òflassen , afgelasten
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
afgelasten , aflasse , afgelasten , Ze moese ’t foeballe aflasse, umdètter wátter óp ’t vèld stón. Ze moesten het voetballen afgelasten, omdat er water op het veld stond.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
afgelasten , aflasse , werkwoord , afgelasten (Den Bosch en Meierij; Helmond en Peelland; Land van Cuijk; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal