elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: al zijn leven

al zijn leven , alzeléêve , altijd.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
al zijn leven , álzelaeve , âltiëd.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
al zijn leven , alzenlééve , altijd.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
al zijn leven , alzeleven , altijd. hij litter alzeleven te vraelen, hij is altijd aan het vervelen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
al zijn leven , alzelèève , steeds , Ze draoge alzelèève dezélfde kliir, ze duun ze nuuw ôn én paas ût és'se versleete zén. Ze dragen steeds dezelfde kleding, ze doen ze nieuw aan en pas uit als ze versleten zijn.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
al zijn leven , alzenleeve , bijwoord , heel zijn leven Hij ister alzenleeve al te broerd voor geweest Hij is er zo lang hij leeft al te lui voor geweest
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
al zijn leven , alzeleeve , altijd
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
al zijn leven , alzeleeve , heel zijn leven, altijd, steeds , Joôke hi alzeleeve geploeterd. Joke heeft heel haar leven geploeterd. Grádje zât alzeleeve in de kroeg. Gradje zat altijd in de kroeg.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
al zijn leven , alzeleeve , bijwoord , voortdurend, in elk geval (Eindhoven en Kempenland; West-Brabant; Den Bosch en Meierij; Tilburg en Midden-Brabant; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
al zijn leven , [al zijn leven] , alzelaeve , altijd, vast en zeker , Dae kumtj alzelaeve te laat. Ich gluif alzelaeve det ich de duuer toe haaj gedaon.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
al zijn leven , alzelèève , bijwoord , zijn hele leven; vast en zeker; Die heej alzelèèven óp Körvel gewond .Ik gelêûf et alzelèève. variant: Ik gelêûf et al zen daoge; Ik gelêûf alzelèève dè ze laoter nog ‘s gaon hokke ôok (Jos Naaijkens; ‘Mèn voljèère’; CuBra); Hans Heestermans, Witte nog? (1988-1994): alzeleve (VII:22); C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978): ALZELEVEN (alzelééve), bijwoord heel zijn leven; ook: altijd, in alle omstandigheden, zeer zeker, in elk geval .Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) – al ze lieve - altijd; ook wellicht, vermoedelijk; Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): alzeleeve - zijn hele leven, altijd, zeker, nadrukkelijk; lieve hemel!
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
al zijn leven , alzelaeve , altijd
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal