elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: alsem

alsem , aalze , alsem
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
alsem , als , aals, aalst, alst, alsem, aalse, alse , (Zuidoost-Drenthe). Ook aals (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), aalst (he:Oost-Drenthe), alst (Zuidwest-Drenthe, zuid), alsem (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), aalse (Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied), alse (Zuidoost-Drents veengebied) = 1. alsem Knoppen van als (wb) 2. aftreksel van knoppen van alsemplant, gebruikt als maagbitter (niet Kop van Drenthe), Artemisia absinthium Hij gebroekt aalse (Bov), Het is bitter as aals, ...as aals op de maog (Git)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
alsem , alsem , (Gunninks woordenlijst van 1908) alsem. Gunninks woordenlijst van 1908: Zo bitter as alsem
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
alsem , èlse , els , zelfstandig naamwoord , alsem (Eindhoven en Kempenland); els; alsem (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal