elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ambetant

ambetant , impetant , bijvoeglijk naamwoord , vervelend (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
ambetant , ambetant , ammetant , ambetanter, ambetantst , vervelend, hinderlijk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ambetant , ambetaant , bijwoord , "Uit Frans: embêtant, vervelend, beroerd; Hieronder wsch. eerder: gênant, onbetamelijk; ""Zaagde vruuger ene sjarretèl/ dan wast al ambetaant"". (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Ze dòcht wir aon vruuger)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal