elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: amer

amer , amer , Houtskool. Het is een oud woord.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
amer , aomerte , meervoud , stukjes houtskool.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
amer , ómmere , zelfstandig naamwoord, meervoud , houtskool (Helmond en Peelland; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
amer , aomere , houtskool, smeulende as in strijkijzer, zie ook houtskoeal , Doot get aomere in ’t striekiezer.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal