elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Aswoensdag

Aswoensdag , Assewoensdag , Asselewoensdag , m , Aswoensdag.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
Aswoensdag , aswoenzich , Aswoensdag, de eerste dag van de grote vasten.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
aswoensdag , aswoensdag , de , (r.k.) = woensdag na carnaval, eerste dag van de vastentijd *Zoas het aswoensdag weert, weert het de halve vasten (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Aswoensdag , asselewoenzeg , zelfstandig naamwoord , Aswoensdag (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
Aswoensdag , [aswoensdag] , Asgoonsdig , Aswoensdag
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
Aswoensdag , Aswoensdig , Aswoensdag
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal