elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: baakster

baakster , boakster , onder de lagere klasse, voor: baker, (dat staat voor: bakervrouw.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
baakster , baokster , zelfstandig naamwoord , baoksters , baokstertie , [veroud] baker, kraamhulp Zie baoker
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
baakster , baakster , baokster , zelfstandig naamwoord , vroedvrouw (Land van Cuijk); baokster; vroedvrouw (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal