elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bambocheren

bambocheren , bambuzéren , Doordraaien. Fr. bambocher. Hiervan afgeleid: bambuzör en verbambuzéren.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
bambocheren , [doordraaien] , bambuzéren , Doordraaien. Fr. bambocher. Hiervan afgeleid: bambuzör en verbambuzéren.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
bambocheren , bambezjoere , ballezjoere, bombezjoere , werkwoord , plezier maken, pierewaaien (Den Bosch en Meierij); ballezjoere; lanterfanten (Den Bosch en Meierij); bombezjoere; uitgaan (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bambocheren , bombezjoere , bezjoere , zwak werkwoord , bezjoere - bezjoerde - gebezjoerd , bezjoere (ook: zie bambesjoerder); uitgaan en flink wat verteren = op rêep gaon (TT); Naar het fr. van 'bon' en 'jour' en samenstelling 'bonjour' - letterlijk: een goede dag hebben; - èèrmoei hamme bij ons tèùs nie/ al wasset dan gin bonbesjoer/ èn reutele heese nôot gehoeve/ al wast ók dikkels ene toer... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Moederdag); bezjoere; zie bombezjoere; V boemelen, kroegen bezoeken ('gaan stappen'), óp sjanternèl gaon; V zèède wir wiste bezjoere?; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): zw.ww.tr.+intr. bonjouren; l) (kindert.) iemand met het handje 'bonjour' d.i. vaarwel wuiven, ook 'sjoere' geheten; 2) boemelen, kroegen bezoeken. Een synoniem ten onzent is 'limmeneere' .WNT BONJOUREN (uitspr. naar Fransche wijze) - Iem. te verstaan geven dat hij kan heengaan, dat men van hem ontslagen wenscht te zijn.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal