elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beetraaf

beetraaf , petraas , zelfstandig naamwoord , aardappel. Heel lang geleden werd volgens A. P. de Bont dit woord o.a. gebruikt in Hilvarenbeek, Esbeek en Diessen. In Esbeek en Diessen kende men ook het woord petraasfooi, een feestje dat gegeven werd als de aardappeloogst binnen was.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
beetraaf , petraase , aardappelen , Ut wórdje petraase gebrûike ze ók vur érrepel, mér dé kömt miir van Bèls af. Het woordje 'petraase' gebruikt men ook voor aardappelen, dat is meer Belgisch.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
beetraaf , petraas , zelfstandig naamwoord , aardappel (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal