elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Beeks

Beeks , Biks , bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord , Beeks. Afgeleid van Beek (zie aldaar) ’nen èchte Bikse is iemand die hier geboren en getogen is, in tegenstelling tot de allochtonen die dè nòòt zulle worre, hoe lang ze er ook wonen. Alles wat uit het dorp komt wordt als Biks omschreven. Echte Bikse minse zijn daar fier op. Nijdassige buitenstaanders gebruiken Biks soms denigrerend. ’n Bikse meid en ’n Oirschotse koej zèn zèlde goej. Ook de eerzame landbouwers moeten het ontgelden. De Bikse boere die zèn zò lòmp. Die schuppe de mèskes de schòlp van de klòmp. Zelfs in boektitels komt het woord Biks voor. Biks 3 en Biks 5 gaan over het derde en vijfde lustrum van de Grootkempische Cultuurdagen. Ad van Gooi en Fred van Laarhoven stelden het foto-tekstboek Typisch Biks samen. ’t Is òk typisch Biks òm hòòg òp te kèèke teejge alles wè van bùite kòmt. En dan is er nog ’n Biks Slukske. Dat wordt in Amsterdam gemaakt en smaakt als de Friese Beerenburg. Echt Biks dus.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
Beeks , Biks , bijvoeglijk naamwoord , Hilvarenbeeks (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
Beeks , Biks , bijvoeglijk naamwoord , Beeks, van Hilvarenbeek; enen Bikse - een Hilvarenbekenaar; Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord - Beeks z.a.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal