elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: begaffelen

begaffelen , begaffeln , beredderen, bedisselen, in orde brengen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
begaffelen , begoffelen , (bǝgòffǝlǝ) , (zwak werkwoord, transitief) , Beetnemen, bedotten. || Ze zellen er mijn niet licht mee begoffelen, daarvoor kennen ze me te goed. ’t Is ’en stiekemerd; pas maar op, dat hij je niet begoffelt. – Fri. biguffeltje, uitlachen, bespotten (HALBERTSMA 269). Vgl. Oost-Fri. guffel, N.-Holl. goffeldoffel, sul, Beiers goff, domkop, enz. Zie verder op goffen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
begaffelen , begabberen , (zwak werkwoord, transitief) , Begaffelen, iets handig en snel gedaan weten te krijgen. || As-i ’et maar half weet te begabberen, loopt-i weg.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
begaffelen , begaffele , werkwoord , 1. Met een gaffel bijeenhalen of naar zich toe halen. 2. Binnenhalen, te pakken krijgen, verdienen. 3. Snel in orde brengen. | Dat zel ik wel effies begaffele. 4. Begrijpen, volgen. | Kè je m’n ’n beetje begaffele? Zegswijze z’n oigen niet begaffele leite, zich niet laten beetnemen, bedotten.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
begaffelen , begaffeln , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. in orde maken, fiksen Hoe hij det allemaole begaffelt, is mij een raodsel, maar hij krig ʼt altied klaor (Ruw), Ik kun het wark niet zo gauw begaffeln (Rol), Partie weet niet hoe ze ʼt begaffeln zölt um mar in een goed bladtien te komen staon bij een arfoompien (Koe) 2. draaiende houden (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Zie kun heur hoesholling haost niet begaffeln (Eex) 3. toetakelen (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Die honden hebt mekaar aordig begaffeld (Oos), Hij hef zuk lillijk begaffeld met dat hakmes (Zwin), zie ook begaspeln, begatken 4. bedriegen (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) Die vent is zo slecht, hij hef mij helemaole begaffeld (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
begaffelen , begaffelen , werkwoord , 1. een werkje even snel uitvoeren 2. iemand toetakelen en bedriegen 3. ophappen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
begaffelen , begaffele , werkwoord , in orde maken (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
begaffelen , [toetakelen] , begaffele , begaffeltj, begaffeldje, begaffeldj , toetakelen, zie ook begaje , De mögke höbbe mich flink begaffeldj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
begaffelen , begaffele , zwak werkwoord , aan de steel steken, handig aanpakken; Van Rijen (1998): klaarmaken, afmaken; Cees Robben – Ik zal oe wè teugwèès maoke hoe degge dè vort moet begaffele... (19650115); Frans Verbunt: beeindigen, voltooien; WBD III.4.4:302 'begaffelen' = ordenen; Stadsnieuws: Ik zak oe es teugwèès maoke hoe dègge dè moet begaffele (071208) - Ik zal je eens presies uitleggen hoe je dat zo efficiënt mogelijk doet .J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BEGAFFELEN - misdrijven, misdoen; WNT BEGAFFELEN - l) den mond zoo ver opendoen dat men een groot brok eten naar binnen kan krijgen; 2) vandaar: handig en snel iets weten gedaan te krijgen; 3) ten slotte verschilt het weinig van 'bedisselen'.; van zwak werkwoord ‘begaffele’; slordig werk verrichten; Cees Robben – Ge hegget meej de riek begaffeld... (19620914)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal