elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: begankenis

begankenis , [drukte] , begankenis , is hier in algemeen gebruik voor bedevaart. Elders zegt men het voor begrafenis of eigenlijk lijkstaatsie.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
begankenis , begènkenis , v , gedoe Wa ’n begènkenis! Wat een gedoe!; ’t Is ’n hél begènkenis Werk of feest waar veel bij komt kijken. [Lan]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
begankenis , begankenis , zelfstandig naamwoord , drukte, gedoe. ’t Is ’n hil begankenis zegt men als ergens een ongewone drukte heerst of er iets ondernomen wordt waar veel mensen aan te pas komen zoals de voorbereiding van een gouden bruiloft door de buurt. In Vlaanderen wordt hetzelfde woord ook gebruikt voor processie en bedevaart. Ook: begènkenis.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
begankenis , begènkenis , drukte, feestelijkheid.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
begankenis , begénkenes , drukte , Ut was 'n hil begénkenes meej't inhaole van de nuuwe börger óp de mért. Het was een hele drukte bij het inhalen van de nieuwe burgemeester op de markt.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
begankenis , begènkenis , (grote) drukte
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
begankenis , begènkenis , een heel aangaan
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
begankenis , ’n hil begènkenis , een heel gedoe
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
begankenis , begaankenis , begankenis, begènkenis , zelfstandig naamwoord , bedevaart, begrafenis, eerste kerkgang na de bevalling (West-Brabant); begankenis; gedoe, rompslomp (Tilburg en Midden-Brabant); begènkenis; gedoe, rompslomp (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
begankenis , begènkenis , zelfstandig naamwoord , "ook: begankenis; heel gedoe, zware opgave: moeite, werk - de oorsprong is echter (cf. Van Dale) de grote inspanning die een bedevaart vereist, of ook wel een processie. Vergelijk: WNT: van begang, een der stammen van begaan, + nis. Mnl. begankenisse, hd. begängniss. Bett.: het begaan, d.i. het bezoeken van eene plaats; het volbrengen, verrichten v.e. handeling, en wel kerkelijke; in bijz. gebruik: begrafenis, bedevaart; R Daor zulde veul begènkenis meej krèège .Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): ""begènkenis - 't waas 'n hil begènkenis (drukte)""; Cees Robben - ..’t Is me ’n hil begenkenis... (19570209); Van Beek - ""'t Is me 'n hil begengkenis"". - 't Is een tobberij, moeizaam werk. (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgs afl. XI; 10 jan. 1958); Van Beek - ""'t Is un begengkenis"". Het is een tobberij, een moeilijkheid. (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgse uitdrukkingen afl. ?; 29 augustus 1959); Frans Verbunt: ook: begankenis; Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): begankenis - drukte, gedoe: 't is 'n hil begankenis; ook: begenkenis; Brabantius (1884) - Begenkenis vr, bedevaart, In 't O. drukte, feestelijkheid. (Onze Volkstaal, 1882, nr.4; Woordenlijst der Noord-Brabantsche Volkstaal) .J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BEGANKENIS - bedevaart of toeloop v. bedevaarders op 'n bepaalde dag .A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): zelfst. nw. vr. begenkenis, begankenis, drukte, beweging 'vuil (veul) begänkenis maoken op niks' .C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978): BEGANKENIS (begènkenis), heel gedoe, omslachtige aangelegenheid, persecutie .WNT vermeldt 'begangenis' .WNT wsch. = 'begangenis, begankenis'; J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836): Begankenis = begrafenis, bedevaart; z.a .Goemans, Leuvens taaleigen (1936): BEGANKENIS - begankenis, zelfst. nw. vr. zie wdb .A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - begenkenis, begankenis; Hans Heestermans, Witte nog? (1988-1994): begankenis (I:27), (VII:19,27)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal