elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bekomen

bekomen , [verwerven, goed bevallen] , bekomen , 1) voor herstellen, beter worden. 2) voor goed doen, genot hebben.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bekomen , bekomen , (bǝkòmmǝ) , (onregelmatig sterk werkwoord) , Te bekomen zijn, te bereiken zijn. || Ze is toch zeker na haar huis ’ebrocht? – Zo’n ziek mens? – Nou, maar, al ben-je ziek, dan is Sendam (Zaandam) toch altijd nog wel te bekommen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
bekomen , bekommen , Als iemand, bij ’t aanbieden van drinken, zegt: Wel bekommetje, wordt wel geantwoord: ik heb geen kommetje, wel een glas.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
bekomen , bekommen , sterk werkwoord, onovergankelijk , 1. bekomen Dat eten kan je slecht bekommen (Gro), Hij gung hen ʼt feest, mar het is hum slecht bekommen (Bov), Wat is die busreis mij slecht bekommen (Oos), Det het oe mar goed bekomen mag, zèe mien va altied nao het èten (Mep) 2. bijkomen, bedaren Ik bin zo meu van dat fietsen, dat ik eerst wat moet bekommen (Bei), Ik haar vanmörgen toch zo’n koezenzeerte, mor het is aal wat bekommen (Row), Het bekomp al wat zakt al af (Nije), Eerst even van de schrik bekomen (Ruw) 3. krijgen (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bekomen , bekomen , 1. bekomen; 2. bedaren; 3. verkrijgen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bekomen , bekomm , 1. bekomen. Ik bin nog niet bekomm van de schrik. 2. krijgen. Veur hoeveul geld kuw dât bekomm?
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bekomen , bekömt , bevalt , Ut liest hé’k smiddegs wáérem eete, dan bekömt me dé bèèter és saoves. Het liefst heb ik ‘s middags warm eten, dan bevalt me dat beter als ‘s avonds.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
bekomen , bekommen , bekoemen , werkwoord , 1. uitrusten van iets waarbij men vermoeid is geraakt, ook: rust nemen na het eten 2. tot bedaren, tot rust komen, bijkomen van de schrik of boosheid, in de gewone staat raken 3. matigen van temperatuur 4. afnemen van pijn 5. op de uitgedrukte wijze ervaren, bevallen 6. verkrijgen, aan iets komen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bekomen , bekommen , (werkwoord) , bekomt, bekwam, bekommen , bekomen. IJ is nog niet van de skrik bekommen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
bekomen , bekomme , bekumt, bekomme , opknappen, verwerken , Hèij is flink bekomme van de ópperâtie. Hij is flink opgeknapt van de operatie., Dè’t oe mag bekomme. Dat het u bekome. Dat u het goed moge verwerken. Wens na het nuttigen van spijs of drank.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
bekomen , bekomme , werkwoord , bijkomen (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bekomen , bekómme , bekomen , Det aete zoea laat oppen aovendj is mich neet good bekómme.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bekomen , bekoome , sterk werkwoord , bekoome - bekwaam - bekoome , bekomen; in een beters toestand geraken, passen bij iets of iemand; bekoome - bekwaam - bekoome; in tegenwoordige tijd vocaalkrimpings gij/hij bekónt; De Wijs – zoals gij, zô is er gin, mar dè bekomttoe wel (13-07-1966); A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): st.ww.intr. 'bekommen' - bekomen, in een betere toestand; geraken 'Ge bent erop bekomme!’ Z.a .Goemans, Leuvens taaleigen (1936): BEKOMEN – wkw - verkrijgen; J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BEKOMEN - tot zijn zelven komen, weder tot het bewustzijn komen .Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): bekomme - bijkomen; opfleuren; bekomt; tegenwoordige tijd van ‘bekoome’; de precieze betekenis is niet af te leiden; waarschijnlijk betekent ‘bekomt’ hier: daar zul je nog spijt van krijgen; Cees Robben – [man tegen vrouw:] Zô as gij bestaoter gin een of gin... Mar dè bekomt oe nog wel... (19770617); bekomt; bekomt; tegenwoordige tijd van ‘bekoome’; de precieze betekenis is niet af te leiden; waarschijnlijk betekent ‘bekomt’ hier: daar zul je nog spijt van krijgen; Cees Robben – [man tegen vrouw:] Zô as gij bestaoter gin een of gin... Mar dè bekomt oe nog wel... (19770617)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal