elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beramen

beramen , berame , werkwoord , bereiken (KRS: Lang, Coth, Werk, Bunn, Hout, Scha; LPW: IJss, Mont, Bens, Cab, Pols); ‘We zulle wel zien hoe we dat berame.’ (IJss) Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 36).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
beramen , beraomen , beramen , Ook beramen (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. beramen Plannen beraomen is niet moeilijk, maar uutvoeren kan moeilijk wezen (Eri) 2. begroten, schatten Kuj wel beraomen, hoouveul dat kosten mot? (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beramen , beraomen , zwak werkwoord, overgankelijk , te pakken krijgen De moes luut zuk deur de kat beraomen (Oos), De hond kun de haos nog net beraomen (Pei), As ik hum beraomen kan, krig e laiter (Zui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beramen , beraomen , werkwoord , 1. begroten, inschatten wat de kosten, de tijdsduur, de benodigde arbeidskrachten e.d. betreft 2. uitdenken, opzetten 3. bespringen, zich laten vallen om te pakken 4. bijeen weten te krijgen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
beramen , beraome , werkwoord , contact leggen (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
beramen , beraome , zwak werkwoord , WBD III.1.2:86 'beramen’ = reiken naar; WBD III.1.4:19 'beramen' = broeden
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal