elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beslachten

beslachten , beslachten , dat je mijn beslacht (slacht); ik denk er net eender over. Ook op iemand lijken: hij beslacht mijn neef.
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
beslachten , beslèèchte , werkwoord , lijken op. Pietje beslèècht z’ne vaoder. Hij is sprekend z’n vader.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
beslachten , beslachte , slachte , werkwoord , (KRS: Lang, Werk, Scha; LPW: Bens), slachte (LPW: Mont, Lop) lijken op; ‘Hij beslacht zijn grootvader wat.’ (Werk) Zie ook *slaan . Als beslachte ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 37), als slachte in Gouda (Lafeber 1967, p. 161).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
beslachten , beslachte , werkwoord , beslacht, beslachte, beslacht , lijken op in aard, uiterlijk of gedrag Hij beslachte z’n nôôm, waer die ôk naer hietende, ôk zôô’n nijpnaers Hij leek in aard op zijn oom, naar wie hij ook heette, ook zo’n gierige vent Zie ook kwañtjies weergao
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
beslachten , beslachte , werkwoord , gelijken (Den Bosch en Meierij; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
beslachten , beslachte , aarden naar; die jonge beslacht z’n vader of: die jonge slacht z’n vader
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
beslachten , beslèèchte , werkwoord , "niet opgetekend anders dan infinitief, en tweede of derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd; - overeenkomst vertonen met; uiterlijk lijken op; WTT 2012 - Dit 'beslèèchte' is dus niet het 'beslechten' in de zin van 'beslissen' (zoals Pierre van Beek vermoedde, zie onder), maar is een verbastering van 'slachten' (zie WNT hieronder) .R lijken op; R Tegen een kleinzerige: Ge beslèècht de vètte osse wèl; die vuulen et ók ooveral .Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): ""beslaichten - hij beslaicht die of die (hij gelijkt die)""; Van Delft - Als iemand niet veel praat, doch maar stil zit te luisteren en te denken, klinkt het: ""Hij beslecht Rommelère vink, die docht d'r deuntje."" (Rommelaar had nl. een vink, die niet zong, en als men daarover een aanmerking maakte, zeide hij: ""Die denkt z'n deuntje."") (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - hij beslèècht Leyten's/Rómmelaire's vink: hij leert aachterèùt (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1964 resp. '16) - gezegd als iemand iets slechter doet dan tevoren; Pierre van Beek – ""Hij beslècht Leyten's vink, hij leert achteruit!"", wat o.a. gezegd wordt wanneer iemand dingen slechter doet dan hij ze voorheen placht te doen. We treffen hier wederom het werkwoord ""beslèchten"" aan. (Tilburgse taalplastiek 4 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 25 februari 1950); Pierre van Beek – En hebt u nooit gehoord: ""Hij beslècht Rommelère vink; die docht d'r deuntje!"" Men zegt dit als iemand niet veel praat doch maar stil voor zich uit zit te denken. Rommelaar was een ""veugeltjesprutter"", die een vink had, welke niet zong. Maakte men daar aanmerking op dan luidde steevast zijn slagvaardig antwoord: ""Die denkt d'r deuntje!"" (Tilburgse taalplastiek 3 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 18 februari 1950); Pierre van Beek (1964) - We hebben nog een vink onder onze notities met de uitdrukking: ""Hij beslècht Leyten's vink, hij leert achteruit!"", wat o.a. gezegd wordt wanneer iemand dingen slechter doet dan hij ze voorheen deed. ""Beslècht"" vinden we een mooi Tilburgs woord. De onbepaalde wijs hiervan moet zijn ""beslechten"". Het curieuze is, dat het werkwoord ""beslechten"" in het Algemeen Beschaafd Nederlands wel bestaat, maar in een geheel andere betekenis dan waarin het, in vervoegde vorm, in het zinnetje over de vink van Rommelaar gebruikt wordt. In het Algemeen Beschaafd betekent het ""beslissen"". Zo wordt bv. ""een pleit beslecht"". In Tilburg heeft het echter ook de waarde van ""gelijken op"" of ""overeenkomen met"". Van Dale's groot woordenboek der Nederlandse taal kent het in de Tilburgse betekenis niet. [Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek - 27 mei 1964] [Zie echter WNT hieronder]; Cees Robben – Gij beslèècht men wel, maotje.... (19790914); CiT (130) 'Hij beslègt hùlje vadder'; WBD III.4.4:301 'beslachten' = gelijken; Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): beslachte - op iem. lijken, iets gemeen hebben; C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978): BESLECHTEN (beslèèchte) ov.ww., geslachten, lijken op, iets met iemand gemeen hebben. Slaat niet altijd op familietrekken: hiervoor is 'aorden nor' gebruikelijk: dan zulde gééj den aandere beslèèchte - dan zul je wel lijken op iemand die (dan volgt het voorbeeld) .A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): zw.ww.tr. 'beslaachten' - beslachten, (ge)lijken op. Z.a .Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): beslèèchte - lijken op; WNT SLACHTEN II) (van den stam van 'slaan') onz. zw. ww. Mnl. slachten, mnd. slachten, ohd. slahtôn, mhd. slahten, hd. schlachten. Van den stam van Slaan. – Gelijken op, overeenkomen met, aarden naar. Thans nog slechts gewestelijk. a. Met betrekking tot een gelijkenis of overeenkomst in het algemeen of in niet genoemde opzichten. – Voor den quaden boom hem elckerlijc wachten sal. … En de tacken ooc den boome meest slachten al, A. BIJNS 20 .– O duechdelicke vrauwe O vloeyende adere Wel slacht ghy den duechdelicken tronck Van uwe voorders Hout ende jonck Die oynt anders dan pays, ende eere sochten, EVERAERT 552 [1538]."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal