elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bezetting

bezetting , bezétting , v , longontsteking.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bezetting , bezetting , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze z’n oigen ’n bezetting skrikke, zich doodschrikken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bezetting , bezetting , de , bezettings , 1. bezetting Wij hebt vief jaor bezetting had (And), De bezetting van het gebouw duurde een week (Coe) 2. beklemming, benauwdheid Ik had weer last van bezetting op de börst (Ass) 3. aantal Oes meziekkorps hef een mooie bezetting heeft mooi en passend aantal muzikanten (Bov), Ze hebt daor een goeie bezetting voldoende arbeidskrachten (Vri), Die man hef een hiele bezetting op de börst sterren en strepen (Wap)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bezetting , [het bezet zijn, benauwdheid] , bezetting , grote benauwdheid op de borst, longontsteking.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
bezetting , bezettege , beklemdheid. Hie hef ’n bezettege op de bors.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bezetting , bezetting , zelfstandig naamwoord , de 1. bezetting 2. benauwdheid door veel slijmafscheiding e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bezetting , bezetting , zelfstandig naamwoord , op de borst vastzittende kou of longontsteking
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bezetting , bezetting , longontsteking
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bezetting , bezétting , longontsteking, bezetting
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
bezetting , bezetting , zelfstandig naamwoord , verkoudheid op de borst, longontsteking (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bezetting , bezètting , (vrouwelijk) , bezetting
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal