elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bezwaren

bezwaren , bezwaoren , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. bedrukken Wat bezwaort je zo? (Sle) 2. met een hypotheek belasten Hij hef zien paand bezwaord, umdat hij veur zien zeune mus berappen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bezwaren , bezwaoren , werkwoord , bezwaren, nl. met een financiƫle last, in het bijzonder een hypotheek
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bezwaren , bezweere , werkwoord , drukken op (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal