elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijendief

bijendief , biedief , biemeeuwis , is een klein vogeltje, door de landlieden alzoo genaamd, niet, gelijk van zelf spreekt, omdat het op de bijen maar op de vliegen aast. Op de dorpen al
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bijendief , biediefke , zelfstandig naamwoord , koolmees (Den Bosch en Meierij; Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bijendief , biediefke , zelfstandig naamwoord, verkleinwoord , "koolmees (Parus major); Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): biedief - koolmees; Van Delft - - Als wij des zomers vogeltjes gaan zoeken dan ""gaon we veugeltjes zuuken"" en we vinden ""veugeltjes op aijkens en mee naokte jong van bremkwetjes, piedieven, kweiken, schrijvers, kakeluutjes, blaauwkupkes, merkoven, koolmees, enz."" (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929); Cees Robben - ...meej biediefkes (19600708); Stadsnieuws: Biediefkes ziede swènters aatij in pòrkes dur den hòf bèùtele. (210210) Koolmezen zie je 's winters altijd paarsgewijs door de tuin buitelen .WBD III.4:1: biedief - koolmees (Parus major); Str. biedief (2:61); Hans Heestermans, Witte nog? (1988-1994): biedief - koolmeesje (III:34); Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): biediefke - koolmees (Parus major); J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BIEDIEFKEN zelfst. nw. o. - vogel, vliegenvanger, Muscicapa; WNT WNT II, 2565, BIJ 4) In sommige samenst. schijnt BIJ de beteekenis te hebben van VLIEG, t.w. in 'bieknapper', hetzelfde als fr. gobe-mouche, een vogeltje dat op vliegen aast, ook 'vliegenpikker' geheeten (zie CORN. VERVL. 229); wsch. is daarmede synoniem het bij HOEUFFT (Bred. T. 717) vermelde 'biedief' .J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836): Klein vogeltje, door de landlieden aldus genaamd, niet, gelijk van zelf spreekt, omdat het op de bijen, maar op de vliegen aast. Z.a."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal