elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blauwe

blauwe , blauwe , zelfstandig naamwoord meervoud , in de combinatie grôte blauwe, soort blauwe pruim.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
blauwe , blauwe , iemand met rood haar
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
blauwe , blaawe , zelfstandig naamwoord , iemand met rood haar (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal