elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blinksmeer

blinksmeer , blinksméér , zelfstandig naamwoord , schoensmeer (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
blinksmeer , blinksmèèr , zelfstandig naamwoord , schoensmeer, 'schiemsmèèr'; Henk van Rijen: hèdde nie en duske blinksmèèr?; WBD (III.2.1:550) blink (in Goirle: blinksmèèr) = schoenpoets; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): blink zelfstandig naamwoord mannelijk - schoensmeer; meer gebr. synoniem: blinkendesmeer .A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): blinkendesmeer zelfstandig naamwoord mannelijk - schoenpoets; Noord en Zuid, jrg. 2, 1879, p. 95 – s c h o e n e n blinken = schoenen poetsen. Een enkele maal komt blinksmeer voor schoensmeer  voor. (over woordgebruik in de roman Karel Klepperman van Mevr. Courtmans-Berchmans); Goemans, Leuvens taaleigen (1936): BLINK - blink - glans op hout, metaal, leder BLINKBORSTEL -kleine gesteelde borstel om schoenen met blink in te wrijven .J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BLINK - schoensmeer, waarmede men de schoenen zwart maakt en blinkt.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal