elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blo

blo , bleu , bloode, schroomvallig, ook Gron. Tollens heeft: bloo en bang; Westf. blöe.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
blo , blöö , bedeesd
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
blo , blooi , bijvoeglijk naamwoord , verlegen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
blo , bloow , zelfstandig naamwoord , blo, blode; WBD III.1.4:70 'blo', 'blode' = schuchter
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal