elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: buitenbuiks

buitenbuiks , buiteböks , bijvoeglijk naamwoord , apart (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
buitenbuiks , bèùtenböks , bijwoord , buitenbuiks; overdadig, zoveel eten dat de buik opzwelt en last bezorgt; Cees Robben – Agge (...) buiten-buiks te veul eet of drinkt... (19670804)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal