elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bunder

bunder , bünder , (mannelijk) , bünders , bunder (landmaat).
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
bunder , bunder , (= hectare), enkelvoud en meervoud; ijn bunder is 480 rou; hij het 60 bunder land.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bunder , bunder , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Een landmaat, ter grootte van 1000 roeden. Vgl. buinder.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
bunder , buinder , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , zie bunder, 1000 roeden. Thans verouderd. || 1 Buinder land is 1½ morgen Hollands, Advers. Oostwoud, f° 867 (a° 1775). – Ook als de naam van een stuk land in de ban van Oostzaanden. || De Buinders, Polderl. Oostz. I (17de e.). – Verder in de Buinderbraak, de grootste der beide braken bij de Voorzaan onder O. Zaandam. – De vorm buunre, buunder, buynder, komt ook in de Middeleeuwen voor; zie Mnl. Wdb. I, 1486.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
bunder , böönder , mannelijk , böönder, böönders , bunder (grond), hectare. Twei böönder gröslaond; de böönders vån oonzen naober
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
bunder , buendr , zelfstandig naamwoord, mannelijk , buendrs , Hectare
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bunder , buunder , m , bunder, hectare.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bunder , boender , óppervlaktemoat (3 maerge, 1 hectare).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
bunder , boender , hectare.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
bunder , bunder , zelfstandig naamwoord , hectare (10.000 vierkante meter) (KRS: Bunn, LPW: Lop). Zie hoofdstuk 4, punt 14: oppervlaktematen.
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
bunder , bunder , hectare.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bunder , weunsie , beunsie, buunsie, wuunsie, weusie , het , weunsies , (Midden-Drenthe). Ook beunsie, buunsie, wuunsie, weusie (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = klein weiland, hoekje grasland Vlak achter het weunsie stond nog een hulsebossie (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bunder , bunder , de , bunders , bunder Een plaatse van 12 of 13 bunder worde hier vrogger een grote boerderije enuumd (Hgv), Gaot bunder maar op ga maar naar buiten, gezegd tegen vervelende kinderen (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bunder , buunder , een hectare land.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
bunder , bunder , bunder
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bunder , bunder , hectare , Nen bunder is zès léúpese gróót mér meej die maot wordt nie mér gemeete. Een hectare is zes lopense groot maar met die maat wordt niet meer gemeten.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
bunder , bunder , zelfstandig naamwoord , de, et; bunder, hectare
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bunder , bunder , zelfstandig naamwoord , bunders , bundertie , oppervlaktemaat voor land, hectare Een bunder is ruim 600 roe Een hectare is ruim 600 roeden (1 roede = 16 m2) Zie ook morge, merrege
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bunder , buunder , hectare
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bunder , buunder , zelfstandig naamwoord , hectare (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bunder , boonder , (vrouwelijk) , bunder, oppervlaktemaat van ± 80 are , Veer vrechte van 20 are is eine boonder.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bunder , buunder , zelfstandig naamwoord , "korte uu; WNT BUNDER - in versch. streken met helderen klinker: buunder; J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836): Bünder of 'beunder, 'buinder' uitgesproken wordende; Z.a. 1. oppervlaktemaat; bunder, hectare; WBD bunder (oppervl. maat); WBD (III.4.4:291) 'kwart bunder' = idem, ook 'zil'; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): bünder II, zelfstandig naamwoord mannelijk bunder, landmaat ter grootte v. 1 ha; Audioregistratie 1978 - In den orlog was dè goud wèrd, witte nie! Die klaajboere in de klaaj wast êen èn al kôolzaod! En dè bròcht veul op! Der kwaam… ast goej kôolzaod was, drieduuzend kieloow van enen buunder! (Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels); 2. toponiem; Den Buunder; ven, ook Grollegat genoemd; A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant (1952): buunder (met korte uu)? den Buunder (bepaald ven); Cees Robben – Blauwslôôt.. Buunder.. Baors en Broek.. (19570316); K. de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - den Buunder = Grollegat (toponiem) (blz. 113); Flaneur (pseudoniem van Antoon Arts) - Maar aan dien plas, aan dien Buunder zou zelfs Gezelle meer dan droefheid hebben gehoord uit het weeklagend rietgezang... Wanneer 's nachts de maan haar stralen schiet over de stille golfjes van dien plas, wie zegt dan, dat er niet witte gedaanten zweven over het watervlak; of als het ontstuimig is in de lucht en de donkere wolken gitzwarte schaduw over de ruw-klotsende waterdeining vlekken, wie zou er willen gaan afwachten of er niet donkere schimmen langs de rietvelden jagen, en of het „droevig lied"" er niet zingt van menschen, die in dien duisteren poel hun dood gingen zoeken of er jammerlijk omkwamen zonder hun schuld?.... Ik weet het niet, ik weet het niet, maar in mijn jeugd waarschuwden de oudere menschen ons reeds voor dien Buunder, als voor een verraderlijk, op menschen afgunstig water, dat onder zijn lachenden waterspiegel de valschheid verborg van de schoone sirenen, die met heerlijk gezang en lonkend oog den mensch roepen in zijn verderf. En als kind waren wij altijd blijde als wij den Buunder achter ons hadden. (Uit: Zonder opschrift; Nieuwe Tilburgsche Courant zaterdag 16 april 1904); Lowie van Dorrus Misters – Aan de IJsclubweg voorbij ""de Buunder"" aan de weg naar het Baks Ven was het jagerscafé ""de Baars""... (Uit: Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 16 februari 1952 Uit onze Tilburgse folklore 13. Oude koffiehuizen in Tilburg 1); Pierre van Beek – Het zal wel de nostalgie zijn geweest, welke ons - met zomerprikkels in het bloed - plotseling naar die sinds lang niet meer bezochte contreien dreef! De Buunder, de Baars, Baksven; Galgeven, de Helleputten, Mie Pieters... Allemaal namen als evenzoveel vergulde herinneringen aan een tijd, waarin de zomers zomers en de dagen trager waren... De Tilburgers trokken graag die kanten uit voor hun zondagse wandeling... (Uit: Het Nieuwsblad van het Zuiden - zaterdag 25 juli 1970; Van de Buunder en Baksven tot Galgeven); Pierre van Beek – Merkwaardig, dat men op huidige stafkaarten; deze naam [De Buunder] niet ontmoet. De plas wordt daar steeds als ""Grollegat"" aangeduid. (Uit: Het Nieuwsblad van het Zuiden - donderdag 15 maart 1979; Kritiek op Tilburg 150 jaar geleden); Pierre van Beek - ""Grollegat"" lezen we op een zestig jaar oude stafkaart bij een blauwe vlek. Wie heeft er nu in Tilburg ooit van het Grollegat gehoord? We hebben hier onmiskenbaar met de Buunder te; maken al ligt hij thans afgesloten achter een ligusterhaag. Wellicht heeft naar de naam Grollegat ooit geluisterd het restant van een waterpoel aan de overzijde van de weg. De Buunder heeft op zijn eigen wijze mee geschreven aan de historie van de verpozing zoekende Tilburgse mens. Des zomers werd er gevist, gezwommen en... verdronken. 's Winters werd er geschaatst, evenals op de niet zo ver hier vandaan gelegen ondergelopen broeklanden van de Tilburgse IJsclub, die hier haar domicilie had en waar vanaf de Koningshoeven de later door het kanaal afgesneden IJsclubweg toegang verleende. Aan de Buunder werd het visserslatijn en nog ander Latijn gesproken, namelijk dat van de peilloze diepte, waarin de Heuvelse kerktoren zou ondergaan. Zulke verhalen en die van vroegere verdrinkingsgevallen hielden het mysterie in stand. Het komt misschien daar wel vandaan, dat wij als jongen met zoveel huiverig respect naar dat donkere watervlak hebben gekeken en daar een duik in het onbekende steeds als een roekeloos avontuur beschouwden, dat niet uit plezier maar alleen uit prestige-overweging minstens één keer gewaagd diende te worden. Baksven was altijd nog beter! Later zijn we gaan denken, dat; diepten van soortgelijke ""putten"" gemeenlijk nogal overdreven worden en dat dit zeker ook voor de Buunder moet gelden. Het verhaal van de grote snoek, die in 1914 gevangen werd met het kepie op van een verdronken militair, zag zich al vanaf zijn geboorte tot het rijk der; fabelen verwezen... Volgens een mededeling van Edmond Meelis was de oppervlakte van de Buunder in vroegere jaren vier maal zo groot als onze generaties die gekend hebben. Door het graven van sloten werden de verdwenen gedeelten en ook broekvelden tussen De Hoeve en De; Baars drooggelegd en in weilanden herschapen. Veel natuurschoon ging daarbij voor altijd verloren. (...) De Buunder ging door voor ""een gevaarlijk gat"". Twee verdrinkingsgevallen vonden wij geboekstaafd. Het eerste betreft een in 1831 in Tilburg in garnizoen liggende officier De Roo. De studenten-vrijwilliger Pieter Jacob Costerus uit Utrecht besteedt daaraan in zijn Dagboek (...) uitvoerig aandacht. Hij vertelt dat vele jongelieden zich naar de Buunder plachten te begeven om zich daar op warme dagen te verfrissen. Hoewel hij de naam Buunder niet noemt en deze op een uur afstand van Tilburg legt in de richting Moergestel, is toch kennelijk dit water bedoeld. Hij omschrijft het als volgt: ""Het water heeft een fris voorkomen, de plaats is eenzaam, de wandeling aangenaam door het groen geboomte. Op kleine afstand heeft men aan de ene kant van de kom een molen, aan de andere kant staat een herberg De Baars genoemd, waar men op zijn gemak kan uitrusten."" Costerus zegt dat niemand van hen, die zich te water begeven, kon zwemmen. De zoon van professor Van Goudoever en De Roo zonken plotseling in de diepte. De Roosendaalse soldaat Lagerwey, die trachtte te helpen, verdween eveneens onder water. Een vierde bader, zekere Ledeboer, slaagde er in Van Goudoever en Lagerwey aan de wal te brengen. De Roo daarentegen verdronk. Het drama blijkt veel indruk op de ooggetuigen te hebben gemaakt. Radeloos stonden zij aan de oever van de Buunder. Costerus besluit zijn notitie: ""De herinnering aan deze gebeurtenis zal niet licht uit mijn geheugen gewist worden en een heilzame invloed op mij achter laten. Diep in de nacht kwam ik thuis."" 20 juni 1831 werd dit neergeschreven. Uit de dagboeknotitie van 24 juni 1831 blijkt dat het slachtoffer die dag begraven is ""met eer, die men een officier bewijst"". Twintig beste vrienden droegen om beurten de kist. Er was muziek bij en veel militair vertoon. (Uit: Het Nieuwsblad van het Zuiden - zaterdag 25 juli 1970; Van de Buunder en Baksven tot Galgeven); 3. Uitdrukking - Naar den Buunder; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - in den Buunder tösheure (JM'50) - overspannen en radeloos zijn (B. is een vennetje waarin reeds verschillende mensen de dood vonden); Pierre van Beek – Tilburg is altijd vertrouwd geweest met zijn; Buunder, zodanig zelfs, dat er een tijd bestaan heeft, dat - wanneer men iemand het ergste toewenste - deze te horen krijgt: ""Ga-de gij maar naar Den Buunder!"". Latere generaties vervingen ""Den Buunder"" door ""het kanaal"". Degene die - volgens de overlevering - vrijwillig; ""naar de Buunder"" ging, zou de bezemmaker M. geweest zijn. Een visser-ooggetuige heeft het naverteld. Hij hoorde de ongelukkige man zeggen: ""Een-twee-drie, daar gaat-ie"". Een plons en... gebeurd was het... (Uit: Het Nieuwsblad van het Zuiden - vrijdag 25 oktober 1974 - De Ley heeft haar kleine geheimen); 3. bezem, borstel; WBD (III.2.1:305) buunder - berkenbezem, ook 'rijsbezem'; WBD (III.2.1:291)'boender'= afwasborstel; WTT 2012 – het grondwoord is hier niet 'bunder' in de zin van oppervlaktemaat, maar 'buunen' in de betekenis boenen. Er dient ook verschil gemaakt te worden tussen bezems van 'buunderhaaj' (zie volgende) en 'berkenbezem'; de laatste is vervaardigd van berkentakken en was voor het zwaardere bezemwerk (straatvegers)."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal