elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: chanterelle

chanterelle , sjanternèl , Komt alleen voor in de uitdrukking “op sjanternèl gaon”. Oorspronkelijk gebruikt voor iemand die uit vrijen gaat. Later werd het bij uitbreiding ook gezegd voor iemand die uitgaat of geregeld van huis is. Waor is Merie? O, die is wir ’ne keer òp sjanternèl. (Zie ook: rak.) Het woord is vermoedelijk een verbastering van het Franse chanterelle (lokvogel). De uitdrukking wordt meer voor vrouwen dan voor mannen gebruikt.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
chanterelle , sjanternel , zelfstandig naamwoord , (op) stap (zijn) (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
chanterelle , sjanternèl , zelfstandig naamwoord , "uitdr. op sjanternèl - op een vrijer uit; Van Frans: chanterelle - lokvogel; - Voor epenthetische r vgl. kernòllie < Fr. canaille; Zèède wir óp sjanternèl gewist?... op vrijersvoeten... De Wijs – As ge ze hebbe mot, motte rond etens tèd koomen, want ze is zowè altij op “sjaanternel” (1965); Cees Robben - [Een man spreekt] Om den aandersten dag gao'k vort vur unne dag of virtien op sjanternel... - Prent van de week 14-11-1986; Cees Robben – ...op sjanternel... (19560609); - in meer algemene zin ook: de bloemetjes buiten zetten; Cees Robben – Dan gao ons Toos op sjanternel (19700116); Cees Robben – Vur unne dag of virtien op sjanternel... (19861114); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - óp sjanternèl gaon ('67) - weg zijn om gelieven te ontmoeten; overal op goed geluk af boodschappen doen, winkelen, gezellig slenteren. (Fr. chanterelle = lokvogel, meisje dat als lokvogel de straat op gaat.); Ze ginge saome nòr de stad toe/ affèèn, zoiets dè kènde wèl./ twee vrouwe meej grôote tasse/ lèkker op dere sjanternèl. (Lechim; ps. v.  Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et is mar hoeget zègt ); …die ‘taante’, die ons höshaawe vort regelde waar op chaantrenel. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007); WBD III.3.1:43: lemma 'Uitgaan' -  veel op sjanturnel gaan: Tilburg; ook voor Tilburg: 'uitgaan, aan de zwier gaan, de hort opgaan, op stap gaan, zwalken, dweilen' = uitgaan; WBD III.3.1:44: lemma 'Brassen' - 'veel op sjanturnel gaan', 'aan de zwier gaan' = brassen; Jan Naaijkens - Dè's Biks –- sjanternèl: 'op sjanternèl gaon'; GD08 èn sewèèle zèlfs nòg wèl op sjanternèl; Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek nr. 35 (17-4-1965): 'Men kan in onze stad nogal eens gemakkelijk te horen krijgen: ""O, ze is natuurlijk weer op d're sjanternel!"" We hebben deze uitdrukking nooit anders dan met betrekking tot een vrouw horen gebruiken. Erg vleiend is ze niet en de toon, waarop zij wordt uitgesproken getuigt reeds van afkeuring. ""Op sjanternel zijn"" laat zich moeilijk omschrijven. Het slaat o.i. op een vrouw, die ""de stad in gaat"" zonder dat daartoe eigenlijk enige noodzaak bestaat doch die dit uitsluitend doet, omdat ze moeilijk kan weerstaan aan een innerlijke drang er eens uit te zijn, eens weg te zijn uit het huishouden. Zij maakt zichzelf dan wel wijs allerlei boodschappen te moeten doen, maar dit is toch niet de eigenlijke drijfveer van haar handelen. Zulke vrouwen zijn erg ingenieus in het vinden van ""boodschappen"", met als gevolg dat men ze zelden thuis in haar huishouden aantreft. Wie voor de zoveelste maal aan haar gesloten deur klopt, kan dan wel eens geïrriteerd zeggen: ""O, ze is natuurlijk weer op d're sjanternel"". Wellicht is het zonderlinge woord ""sjanternel"" een verbastering van Frans. Daar bestaat ook het woord ""chanterelle"" en dat betekent: lokvogel. In zijn oorsprong zou men hier wellicht moeten denken aan een vrouw, die als lokvogel de straat opgaat. Nu, zodanig ongunstig is ons ""sjanternel"" beslist niet. Het is dan wel danig afgesleten, maar een minder gunstig smaakje is er toch nog aan vast blijven zitten.'"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal