elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: daveren

daveren , davern , daovern, daevern , (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook daovern (Noord-Drenthe), daevern (Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. daveren Het schot daverde oet het geweer (Emm), IJ zulden der dol van worden, het davert je deur de oren hen (Sle), Hie lög dat het zo davert (Oos) 2. snel gaan Dat peerd daovert er over (Vtm), IJ kunt de rötten over de zolder heuren daovern (Eex), Zij daevern over de diek (Smi) 3. snel werkzaamheden verrichten Wij moet er gauw even deur davern snel het werk afmaken (Bor), Hie davert deur het wark hen (Wes) 4. zwetsen (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Hij daverde der maar wat op lös, wat een daverzak, ...daverkonte (Bro) 5. treuzelen (wb:Koe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
daveren , daveren , daveren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
daveren , daeveren , werkwoord , 1. hard en daverend, dreunend lopen of rijden 2. daverend, dreunend klinken 3. met veel lawaai weglopen 4. ergens snel doorheen gaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
daveren , daovere , werkwoord , beven (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal