elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: deemster

deemster , deemster , zelfstandig naamwoord ’t , Schemer, donkerte (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
deemster , [nevel] , deemster , nevel, mist; deemsterig, nevelig.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
deemster , deemster , zelfstandig naamwoord , duister (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal