elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dibbes

dibbes , dibbes , zelfstandig naamwoord , dibbesse , dibbessie , 1. vriendelijke benaming voor oud mens of dier Ha, ouwen dibbes! Dag ouwe reus! 2. afgedragen kledingstuk Dien dibbes van een jas hoevie ôk nie meer an te trekke, hij’s kuis vrot Die oude jas hoef je ook niet meer aan te trekken, hij is totaal kapot
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
dibbes , doebes , zelfstandig naamwoord , goedzak (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal