elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dikstentijd

dikstentijd , dukstentied , dukstentieds , meestal, meestentijds
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
dikstentijd , dukstentèìjd , dikwijls
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
dikstentijd , diksenteijd , teijd , meestal , Diksenteijd stoj ik um âcht uure op. Meestal sta ik om acht uur op.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
dikstentijd , diksentè , diksentijd, dukstentieds , bijwoord , meestal (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland); dukstentieds; meestal (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
dikstentijd , diksentij , bijwoord , "meestentijds, meestal; N. Daamen - Handschrift 1916 – ""diksentij - meestal""; A.P. de Bont: bijw. diksentij(d), meestentijds, meestal; DeBo - den diksten tijd - meestendeels, fr. le plus souvent, presque toujours"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal