elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: door kordons

door kordons , Dirkiedons , (zelfstandig naamwoord) , zie kordon.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
door kordons , durkedoñs , durkendoñs, dirrekedoñs, dirrekedôôs, durrekedoñs , zelfstandig naamwoord , [Hei] een flink standje Hij ging deur de durkedoñs Hij liep een flink standje op deur de dirrekedoñs motte; dirrekedoñs [O] een beproeving ondergaan, spitsroeden lopen, door een zure appel heen bijten (oorspronkelijk een strafoefening: tussen een kordon van twee rijen mensen door moeten lopen die het slachtoffer duwen en klappen uitdelen) Ook durkendoñs Zie ook kerdoñs
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
door kordons , durkedons , bijwoord , spitsroeden lopen (Den Bosch en Meierij; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
door kordons , durke-durke-dons , de betekenis is niet duidelijk; mogelijk deel van een aftelrijm van kinderen; Cees Robben – De kender hebben ginne rust (...) en moeten deurke-deurke-dons (19650507)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal