elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dor

dor , dōrt , in: ’t is ’n dōrt van ’n jōng = een onvriendelijk, stijf, onbehulpzaam jong mensch, tegengestelde van: flinke, aardige jongen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
dor , dorre , 1. dor, flets. 2. nergens interesse voor hebben. 3. niet erg fit, b.v. zo dor as ’n zeke kippe = zo slap als een zieke kip.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
dor , dorre , niet fleurig, dor; ; * dorre in de kamme: niet fit zijn.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
dor , dor , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. dor, droog Op het heden is het overal bar dor en dreug (Oos), De wichter zungen: Snor, snor, wat zint die jonges dor (Sle), zie ook snor II, Dat vleis is zo dor droog (Eco) 2. arm van grond Dorre grond is niet allennig dreuge, mar ok arm (Ruw), Die boer het het laand zo dor as brood (Row), Een dorre iem dar (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dor , dòrre , ’n dòrre heg: een (mei)doornen haag.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
dor , dùr , dor. zie ook dòrre.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
dor , dorre , bijvoeglijk naamwoord , dor, erg droog, uitgedroogd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
dor , dor , dor
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
dor , daors , bijvoeglijk naamwoord , dor, saai (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal