elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dutselachtig

dutselachtig , dutselêchtig , geestelijk minder goed, suf, vergeetachtig.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
dutselachtig , dutseláéchteg , vergeetachtig , És ge dutseláéchteg wordt gee'get béérgaf meej'jew, dôr is niks ôn teege te haauwe. Als je vergeetachtig wordt gaat het bergaf met je, daar is niets aan tegen te houden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
dutselachtig , dutselèèchtig , suffig, vergeetachtig
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
dutselachtig , dutselèèchtig , dutselèchteg , bijvoeglijk naamwoord , vergeetachtig (Helmond en Peelland; Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
dutselachtig , dutselèèchteg , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , "sufferig, sikkelachtig ; A. Weijnen – Etymologisch Dialectwoordenboek (2e) - duts sukkel (znl.). Wschl. afgeleid van *dutsen (waarvan afgeleid nl. dutselen), dat een intensief was bij dutten (= mnl. dutten ‘waanzinnig doen’). ; N. Daamen - handschrift 1916 - ""dutselaichtig (sukkelachtig) niet als ziek doch als onhandig bedoeld""; De Wijs – Och, ze is niet kwaod, ze wil wel, mar ze is ’n bietje dutselechtig (17-10-1966); Cees Robben – Zij is wè dutselèèchtig.. En hij de tel vort kwèèt... (19841026); Frans Verbunt: ouderwets; WBD III.1.4:41 'dutselachtig' = niet goed helder van geest; Bosch dutselechtig - vergeetachtig, sukkelig"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal