elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: elkaar

elkaar , enaor , ennaor, enkaor, enander , elkander. Gron. ’n kander, ’nander, mekoar.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
elkaar , enkander , n’kander  , elkander; wij mout van enkander = wij moeten scheiden. Door snelle uitspraak wordt het: ’nkander, evenals in Gron. ’nander, ’nkander = elk den ander.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
elkaar , mekoar , mekander, mekander, mʼkander, ’n kander, kander, m , malkaar, malkander, elkander; zij kennen mekoar an ’t wamske (of: wamsien) = zij kennen elkander door en door, zij kennen elkanders eigenaardigheden en weten zich daarnaar te richten of te voegen. – mekoar staat voor: malkaar, dat weer uit malkander is samengetrokken, bij Kil. malckander = man elck ander. Oud-Hollandsch malck den anderen, en: mallic andren, en: elker manlijc. Melis Stoke (Huydec.) III bl. 62: Mallic kent hem selven wale, enz. In Walewein: Mallic proeve sine cracht, en in Ferguut: Mallic spranc op sine been, alsook: Mallic so sach al omtrent. “Uit deeze voorbeelden, en onze woorden Elkander en Malkander (Zegt Huydec.) is licht te zien dat Mallic niet anders beteekent dan Elk.” Oostfriesch malk, Middel-Nederduitsch malk, mallik, malich, melk = ieder, en ten Doornk. haalt op het woord malk aan, Wiarda (Oostfriesch Gesch. II, 62), aldaar het “Losungslied” van den graaf van Oldenburg bij zijn bezoek aan de grensvesting Friedeburg: ruse, muse, ruse, malksch tho sinen huse.
’nander (Oldampt) = elkander; zij sloagen ’nander = daar is men aan het bakkeleien, dat is eene kloppartij. Zoo ook: bie’nander = bij elkander, in de Ommelanden bie’nkander, (in elkanders gezelschap). Oostfriesch bi nander, Hoogduitsch bei einander; Mecklenburgsch enander, Drentsch enaor. Zooveel als: een ander, volledig: de een den ander. In de Unie van Utrecht komt voor: den anderen = elkander; metten anderen, bij den anderen, van den anderen = met, bij, van elkander.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
elkaar , ’nander* , vgl. ander *; in de Unie van Utrecht komt voor: den anderen = elkander; metten anderen, by den anderen, van den anderen = met, bij, van elkander.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
elkaar , -enkaar , verouderde dialectische variant van ‘elkaar’ in samenkoppelingen als deurenkaar, uitenkaar (W.F.O.N. 1, 55), voorenkaar (W.F.O.N. 1, 56).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
elkaar , mekaar , mekaor, mekaer, mekare, menaar, menare, menaer, ei , wederkerend voornaamwoord , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook, mekaor (Noord-Drenthe), mekaer (Zuidwest-Drenthe, noord), mekare (Zuidwest-Drenthed), menaar (Zuidwest-Drenthed), menare (Zuidwest-Drenthed), menaer (Zuidwest-Drenthe, noord), einander (Bco), menaander (Zuidwest-Drenthe, noord), mekaander (Zuidwest-Drenthe, noord), menander (wm), menaor (wm), malkaor (Midden-Drenthe). Na voorz. ook ’nkander, ’nkanderk (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe), ’nkaander (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe), ’nkandern (Midden-Drenthe), ’nkandrik, ’nkaandrik, ’nkaandrink, ’nkandrink (wb, dva), ’n eine (Zuidoost-Drents veengebied) = elkaar Het hef wal een hiele tied duurd, maor ze hebt mekaar toch kregen (Zwig), Ie mut menaar niet veur de voeten lopen (Hol), Ze zit naost malkaor in de kerke (Hijk), Ze loop menaander de deure plat (Wsv), Dat zit goed in mekaar is goed in elkaar gezet of: zit in de knoop (Zuidoost-Drents veengebied), Goeie dag mit mekaar of mit einander (Bco), Hij kan het niet meer veur mekaar holden hij wordt seniel (Smi), De haile boudel luip in ’nkannerk (Zui), Hou kommen ze an ’nkannerk hoe hebben ze elkaar gevonden (Row), Het touw zit weer an ’nkaander (Ker), Ze kwamen met ’nkandern met de fietsen in ’nkandern (Anl), Deur ’nkander rekend, möt het oetkunnen (Sle), De peerde tegen ’nkander doen van verschillende boeren elk een paard voor de wagen spannen (Sle), Ze bunt oet ’n eine gaon uit elkaar gegaan, gescheiden (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
elkaar , mekaere , menaere , elkaar.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
elkaar , meneer , menere, menaere, menaer, menaander , voornaamwoord , elkaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
elkaar , mekeer , mekere, mekaer, mekaere, mekaander, mekaanderen , voornaamwoord , mekaar, elkaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
elkaar , elkaer , elkaander, elkaere, eenkaander, eenkeer, eenaander , voornaamwoord , elkaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
elkaar , mekaare , mekaore , voornaamwoord , elkaar (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk; Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
elkaar , bekaare , mekaare , wederkerig voornaamwoord , elkaar; Kees & Bart (krantenrubriek 1922-193?): 'bekare', 'bij bekare', 'aachter bekare', 'van bekare gaon'; Kees & Bart (krantenrubriek 1922-193?): ''t zal wel veur bekare koomen'; 'mee bekare overeenkoomen'; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): vnw. 'bekander', 'mekander', 'malkander'. vnw. 'bekaar', mekaar, malkander
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal