elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: en passant

en passant , impesânt , [F. en passant] tegelijkertijd.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
en passant , meejpesânt , tegelijkertijd. [Mill]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
en passant , ampesant , vermoedelijk van het Franse en passant (onderwijl, letterlijk in het voorbij gaan)
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
en passant , inpessánt , bijwoord , En passant, terloops.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
en passant , impesant , en passant, in het voorbij gaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
en passant , impersant , intussen , Ik moet nô Hóóge Mierd, zal ik impersant oover Liige Mierd én Éésbeek réije? Ik moet naar Hooge Mierde, zal ik intussen over Lage Mierde en esbeek rijden?
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
en passant , meejpesant , intussen , Ge zul'let meejmaoke dé'k daor meejpesant wa zal meejschaore, wocht mér'res af. Je zal het meemaken dat ik daar intussen wat zal meenemen, wacht maar eens af.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
en passant , inpesaant , bijwoord , en passant, tegelijkertijd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
en passant , ampesant , impessant , bijwoord , [Fra, en passant] en passant, tegelijkertijd Azze me naer d’n Hissert gaon, gaon me ampesant op Persil an Als we naar Zuid-Beijerland gaan, gaan we tegelijkertijd naar Piershil Zie ook pessant, overleechem
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
en passant , pessant , persant , bijwoord , en passant, tegelijk; persant [Gwd] en passant, tevens Azzie daer toch naer toe gaot, brenk tan persant een pakkie pruimtebak voor mijn mee Ook pesant Zie ook impesant
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
en passant , impesant , tegelijk
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
en passant , impesaant , tegelijkertijd, ondertussen
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
en passant , impesant , meepesant , meejimpesant , 1. intussen, tegelijkertijd; 2. meteen, tegelijk , Ik zal de èrpel schélle, kande gèij dan impesant de gruunte schònmâke? Ik zal de aardappelen schillen, kan jij dan intussen de groente schoonmaken?, Ás ge no de mèrt gòt, bréng dan meepesant unne zak èrpel meej. Als je naar de markt gaat, breng dan meteen een zak aardappelen mee.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
en passant , passaant , meepesaant , tegelijkertijd
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
en passant , meepesaant , meepesant, impesaant , bijwoord , in het voorbijgaan (Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant; Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland); impesaant; in het voorbijgaan (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
en passant , ampessant , impessant, impassant , gelijktijdig, tegelijkertijd, terloops, zie ook innegang, tegeliekertied , Gank nao de bekker en den geis se ampessant ouch efkes bie de slechter aan. Wae móste nao Remunj en impessant zeen wae bie de tant in Häör aangegange.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
en passant , meepesaant , impesaant , bijwoord , "voegwoord; uit Frans: en passant (in het voorbijgaan); S.G. 'en passant' blz. 91, 179; veel nuanceverschillen in de betekenis: terloops, tegelijkertijd, in het voorbijgaan, zodra; R direct, onmiddellijk; zodra; ondertussen; - Dan gaode meepesaant nòr de mèrt. - Dan ga je terloops naar de markt. R Ik riep en ie kwaam meepesaant (onmiddellijk); VW Meepesaant dèk et zi (zodra, op hetzelfde moment); - Mar meepesaant! - Maar ondertussen!; Verh. PASSANT, bij 'in': impessaant - en passant, intussen; meepesaant - in één moeite door: ja ja, mèr meepesaant (of: mee imperesaant) - ja, maar intussen . .. (uiting van achterdocht). in passant; Kees en Bart (ca. 1925; in Tilburgsche Post) – 'in passant' (passim); WNT XII:668, en passant, vernederl. tot 'in passant'; impassaant; Daamen Handschrift 1916: ""impassaant (ondertusschen)""; in pesaant; - 'k Gonk in pesaant mar nor huis… (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); impesaant; Cees Robben:  'hij naait oe impesaant 'n oor aon'; De Bont:  impesant, bijw.verb. 'in passant' - en passant; impersant; Jan Naaijkens, Jan Naaijkens, Biks: :  impersant bijvoeglijk naamwoord - ondertussen; Van heel die hitte/ Lopte kaans, impersaant/ Det oewe motor vast komt zitten... (Tony Ansems, Olliede gullie de jullieje ok?; van de cd Tilburgse Liekes American Style; 2008); mee in pesaant; Witt.: 'mee-impesaant'; ... en mee in pesaant wier dieën zieken vinger dan is flink aon dè nuske afgevreve. (Naarus; Brieven van een oud Tilburger; ca. 1940; CuBra); meepassant; Cees Robben – ... En vat meepassaant ’n tas koffie Fons...... (19560224); meepesaant; Cees Robben – [Werkster tegen ongeduldige vrouw:] Ik kan na immel nie luien en meepesaant den tooren nog vasthaauwe ôôk... (19821015; Lechim: Die [de tandarts] vatte 'n hèèl gròòte tang/ 'k Ging meepesaant aon't kwèken. (Michel van de Ven; knipsel uit de Tilburgse Koerier; ca. 1970); Mar wij, we stòn hier meepesaant/ vur hil de wèèreld gewôon vur schaand. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: De tour?..Besjoer...); Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - “De Piushaove dèttis, dè hèbbe ze toen nòdderaand ok meejpesaant tegelèèk oope gemòkt daor, hè, dè kenaol, dè is durgetrokke van, jè, van, van, van Den Bosch aaf…”; Henk van Rijen - doe meepesaant es en kaffetuuleke om dè buukske - [een kaftje om dat boekje]; Henk van Rijen - meepesaant ie zaat, zaat ie al rond te schööme - hij zat nog niet of hij schooide al. Den èùtslag krèègde meepesaant, van die assistènte... (Nel Timmermans; APK; CuBra; 200?); Bosch meepesant - tegelijkertijd, in een moeite; Stadsnieuws -  As ge tòch nòr de kèlder gaot, brèngt dan meepesaant en paor flèskes bier meej. (200307); meepersaant; Han ze ginne heilige veur enne naom, dan verzonnen ze der ter plekke, éne bij. Dè waar dan meepersaant oewe patrôonhèlige... (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); mepessaant; Cees Robben – Ge het mepessaant toch ’n weltje oe verzet gehad... (19810417); impesaant; van fr. 'en passant'; zie meepesaant"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal