elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fiducie

fiducie , ferduutsie , verduutsie , vertrouwen, fiducie; “Dei baide kerels har’k nait veul verduutsie op, heur!”
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
fiducie , fedusie , fiducie, vertrouwen Daor hé’k gaor gén fedusie mér in! Daar heb ik absoluut geen vertrouwen meer in!
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
fiducie , feduutsie , vertrouwen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
fiducie , fedusie , vertrouwen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
fiducie , feduzie , fedusie, ferduzie, fiduzie, fenduzie, feduutsie, f , Ook ferduzie, fiduzie, fenduzie (Zuidwest-Drenthe, noord), fedusie (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid), feduutsie, fedaosie, fedaotsie (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) = vertrouwen Wij gaot niet hen huien vandaag, ik heb gien feduutsie in het weer (Wee), Ik heb der weinig feduzie in, dat het klaorkomp (Wes), Daor zai ik wel feduutsie in (Eco), Ik heb er gien fedaosie in (Bov), ...fedaosie op (Wee)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fiducie , fedusie , fiducie, vertrouwen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
fiducie , fieduusie , vertrouwen , Héij hit'ter gin fieduusie in, héij dènkt dét'tie goed belaazerd zal worre. Hij heeft er geen vertrouwen in, hij denkt dat hij goed belazerd zal worden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
fiducie , fedusie , zelfstandig naamwoord , de; fiducie, het vertrouwen erin
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
fiducie , fedusie , zelfstandig naamwoord , fiducie, vertrouwen We hadde d’r nie veul fedusie in dattie beter zou worre
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
fiducie , fedusie , (zelfstandig naamwoord) , fiducie, vertrouwen. Döör e-k gien fedusie in.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
fiducie , feduusie , fieduusie, veduusie , zelfstandig naamwoord , vertrouwen (Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant); fiduusie; vertrouwen (Eindhoven en Kempenland) ; veduusie; vertrouwen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
fiducie , fedusie , fidusie , (vrouwelijk) , vertrouwen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
fiducie , feduusie , fieduusie , zelfstandig naamwoord , "fiducie, vertrouwen; N. Daamen - handschrift 1916 - ""veduussie - vertrouwen""; Pierre van Beek – Dat men niet veel ""fedusie"" (vertrouwen) heeft in de zaligheidskansen van een advocaat, verraadt de uitdrukking ""Hij schiet er in as 'nen avecaot in de hel."" (Tilburgse taalplastiek 2 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 11 februari 1950); Frans Verbunt: der gin feduusie mir in hèbbe; Stadsnieuws: Daor hèb ik hillemòl gin feduusie mir in (191207); fieduusie; fiducie, vertrouwen; uit het Franse 'fiducie'; Cees Robben – Ik heb er gin fidusie is... (19570720); Cees Robben – Toch hek nog wel fidusie man (19600916)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal