elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fiebelefors

fiebelefors , piebelefors , fiebelefors, fiebeldeförsie , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Zuidwest-Drenthe) = 1. kranig (Zuidwest-Drenthe, noord) 2. piekfijn (Zuidwest-Drenthe, zuid) Hij hef het piebelefors veur mekare (Noo); fiebelefors (Zuidoost-Drents zandgebied). Ook fiebeldeförsie (dk) = kranig Jonges hebt wunnen, zie gungen der daolijk fiebelefors op an (Exl)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fiebelefors , fibeldefors , bijwoord , [Fra vive la force] ineens, plotseling Zie ook hôôd-over-bol, hoteldebotel
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
fiebelefors , vievedevos , bijwoord , snel (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
fiebelefors , fiebeldefors , snel; (uit ’t Frans: vive la force)
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal