elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fiedelen

fiedelen , fiedeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , fiedelen, matig spelen op de viool, maar ook op andere instrumenten Zij hef nog niet zo lange les, maar zij kan al aordig fiedeln (Mep), Schei toch uut met dat fiedeln op de harmonica (Eri), Die jonge zat op die gitaar te fiedeln, ie wurdt er gek van (Ruw), Hij kwam vrouger in Geiten op de harmonicao fiedeln (Gie)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fiedelen , fiedelen , werkwoord , 1. fiedelen, op de viool spelen 2. slecht spelen op de piano of ander muziekinstrument 3. op snelle wijze volgen 4. van honden: de geslachtsdaad verrichten of de schurkende bewegingen maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
fiedelen , fietele , werkwoord , fietel, fietelde, gefieteld , onwillekeurig bewegen (van St. Vitusdans) Sta niess├┤├┤ te fietele
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
fiedelen , fietele , werkwoord , spijbelen (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
fiedelen , fietele , zwak werkwoord , Henk van Rijen: fiedelen, spelen, zingen; Bosch fietele - school verzuimen, spijbelen; fietere - spijbelen; WNT FIETELEN, afl. van FIERTER, kermishouden; FIETEREN - stilletjes de school verzuimen, te 's-Hertogenbosch
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal