elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fieper

fieper , fieperke , fluitje gemaakt van fieperkeshout, de bast werd los van het hout geklopt, er werd een mondstuk ingesneden en het fluitje was klaar
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
fieper , fieper , zelfstandig naamwoord , fluitje, gesneden uit hout van vlier of lijsterbes (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal