elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: handvat

handvat , handvat , handvatsel , handvats , Ook handvatsel (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, noord) = handvat An dat schatvat zatten twie handvatten, ...handvatsels (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
handvat , andvat , aandvat, aanvät , (Kampen) handvat. Ook: aandvat (Kampereiland, Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: aanvät
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
handvat , haandvat , haandvatsel , zelfstandig naamwoord , et 1. handgreep 2. schepvat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
handvat , hááñsvat , zelfstandig naamwoord , hááñsvatte , hááñsvatjie , handvat Het hááñsvat van een schop is een heelt, van een kwasmande een oor, van een kruiwaoge een treem en van een mes een heft Het handvat van een schop noemen we heelt, van een kwartsmand oor, van een kruiwagen treem en van een mes heft
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
handvat , andvätsel , (zelfstandig naamwoord) , handvat.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
handvat , [greep ] , aansvat , handvat , agge ne koffer et waor gin aansvat mjir aonzit dan kun d’um ok wel weggooje want dan edder niks mjir aon = als je een koffer hebt waar geen handvat meer aanzit, dan kun je hem wel weggooien want dan heb je er niets meer aan-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
handvat , aansvat , zelfstandig naamwoord , handvat (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
handvat , handjvaat , (onzijdig) , handvat
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
handvat , haandvat , zelfstandig naamwoord , WBD handvat van de ploegstaart (Hasselt); handvat; Elk veurjaor kreeg zon fietske is in goei burt, wier ze wè afgeschuurd en opgelakt, hier en daor inne nuuwe speek ingezet, soms nuuw spatbordjes en handvatsels... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); WBD (II:2375) 'handvat' - een v.d. knoppen waartussen een zaagblad van een spanzaag bevestigd wordt
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal