elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hannes

Hannes , Hannes , mansnaam. Verkorting van Johannes, doch als zodanig ongebruikelijk. – Zegsw. ʼt Is ʼen Hannes, ʼt is een lummel, een sukkel. || Wat ben je toch ʼen Hannes. – Een schele Hannes, iemand die scheel kijkt. – Evenzo elders in Holl.; deze uitdrukkingen zijn eerst in de jongste tijd aan de Zaan ingevoerd. – Vgl. de samenst. lulhannes.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
Hannes , Hannes , mansnaam. Ook Wat is dat een luie Hannes luilak (Sle), ook wel gezegd van een onbeholpen persoon, iemand met twee linkerhanden (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hannes , hannes , sukkel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
hannes , hannes , fluweelboom.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
hannes , [mannetjeskonijn] , hannes , mannelijk konijn.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
hannes , hannes , sukkel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
hannes , hannes , zelfstandig naamwoord , sukkel (Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
hannes , hannes , (mannelijk) , sul , Daen onnuuezele hannes.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal