elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tjannik

tjannik , tjannek , zelfstandig naamwoord , tamme kauw of ekster.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
tjannik , tjannek , kauw , És 'n kaauw tam gemôkt is dan hiet'tie ók anders, dan is't vórt nen tjannek. Als een kauw tam gemaakt is dan heet ze ook anders, dan is het voortaan een 'tjannek'
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
tjannik , tjannek , zelfstandig naamwoord , tamme kauw, ekster of gaai (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal