elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hapsnap

hapsnap , hapsnap , (mannelijk) , hapsnappen , hapsnapper. Het is een rare hapsnap, een wonderlijke prater, ontleend aan het happerig gesnap van kinderen, die beginnen te praten.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
hapsnap , hap-snap , (alliteratie), in: hij wijt ’r moar ’n snap van = hij weet er maar weinig van, hij kent zijn vak niet grondig; hij vertelde mie d’r ’n hap en ’n snap van = in zijn verhaal van het gebeurde was niet het minste verband, en, wat den zin aangaat, te vergelijken met: hier en daar een greep doen. Vgl. happig.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hapsnap , hapsnap , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Mond. || ʼk Heb nog wat voor de hapsnap meeʼebrocht (lekkers, koek, enz.). Dat is voor de hapsnap. Je moete ok voor de hapsnap zorgen. – Evenzo ook elders. In de Beemster is een hapsnap of hapsnapper iemand die gebrekkig praat. || Het is een rare hapsnap (BOUMAN 39). – Hapsnap behoort bij happen en snappe, naar iets bijten, grijpen, happen. Vgl. verhapsnappen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
hapsnap , hapsnap , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze voor de hapsnap, voor de lekkere hapjes, voor een lekkerbek. – ’n Leuke hapsnap, een rare sinjeur.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
hapsnap , hapsnap , bijwoord , in de haast (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
hapsnap , hapsnap , bijwoord , "1974 (ca.) - hapsnap dialect = in een oogwenk iets doen = in een vloek en een zucht = in overhaast iets doen - 't is in 'n ""hapsnap""' gebeurd."" - is een uitdrukking van de combinatie ""happen"" en “snappen” = direct reageren (Pierre van Beek – typoscript Archief Pierre van Beek); Henk van Rijen: et gong ammol mar hapsnap - het ging allemaal zo maar vlugjes; WBD III.1.4:378 'hapsnap', 'hapsnaps' = in alle haast; De Bont: hapsnap(s) bijwoord - in alle haast; Tuerl. en Corn-Vervl. 'haps-snaps'; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch (1899): ;  HAPS, APS bijwoord - in groote haast, met de gauwte"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal