elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: heloren

heloren , hèloore , werkwoord , poolshoogte nemen. De pestoor kwam giestere bè jòns hèloore of er nog niks besteld waar. Mar ’k weejt zèlf nie hoe ’t schaait. De pastoor kwam gisteren tersluiks informeren of er nog niks “op komst” was. Maar ik weet zelf van niks.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
heloren , heleure , werkwoord , poolshoogte nemen (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
heloren , hèloore , hèlheure , werkwoord (zwak) , hèloore - hèloorde - gehèloord , "de voelhorens uitsteken; N. Daamen (handschrift 1916) –  ""hel-ooren - ge mot irst is hel-ooren / eerst vooruit een stilletjes informeren""; Henk van Rijen: ek zal er es gòn hèloore - ik zal er eens poolshoogte gaan nemen; Stadsnieuws (rubriek): Jantje gao es hèleure of de mister der al ònkomt - ga eens kijken of ... (220709); CiT (42) 'Kzarris gaon helloore'; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch (1899): ;  HELOOREN - de ooren spitsen, scherp toeluisteren; Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): hèloore ww - poolshoogte nemen"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal