elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: heukeren

heukeren , hùekrn , werkwoord, zwak , wedlopen, hard lopen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
heukeren , heukelen , heukeren, hukelen , werkwoord , 1. op ongelukkige wijze, mank lopen, trekken met een been 2. steeds maar niet helemaal genezen 3. steeds maar uitstellen en toch weten dat je het nog moet doen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
heukeren , eukere , werkwoord , drogend hooi in banen leggen (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal