elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hoeneer

hoeneer , hôneer , (bijwoord) , [weinig gebruikelijk] wanneer.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
hoeneer , hôneer , (bijwoord) , wanneer.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
hoeneer , huneer , Wanneer. Ook Vl. Zie de Bo i.v. en Ned. Bet. O. V. II p. 89.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
hoeneer , huneer , Wanneer. Ook Vl. Zie de Bo i.v. en Ned. Bet. O. V., II, p. 89.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
hoeneer , hoeneer? , wanneer?
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
hoeneer , hoeneer , voornaamwoord , wanneer. Hoeneer kòmde ònderhand ’s langs? Wanneer kom je ons eens opzoeken?
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
hoeneer , hoeneer , wanneer.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
hoeneer , hoeneer , vragend voornaamwoord , wanneer Hoeneer en op wafferen dag mottet beure? Wanneer en op welke dag moet het gebeuren?
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
hoeneer , hoeniejer , wanneer
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
hoeneer , hoeneer , wanneer , Hoeneer kumt ie? Wanneer komt hij?
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
hoeneer , hoeneer , oeneer , bijwoord , wanneer (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Land van Cuijk); oeneer; wanneer (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
hoeneer , hoeneer , bijwoord , wanneer; 'hoeneer' — misschien gevormd uit 'hoe laat' en 'wanneer', twee tijdsaanduidingen die niet precies hetzelfde betekenen (…) werd toch hardnekkig als fout afgewezen en als teken van geringe ontwikkeling en gebrek aan taalgevoel beschouwd. (Cornelis Verhoeven); Cees Robben – En hoeneer komde naor ons toe..? (19651224); Cees Robben – Hoeneer komde wir... Beschient ’n testag-taatemiddeg.. (19760423); Soms kwaam enen dodsbidder langs om òn te zègge hoeneer de begròffenis waar. (G. Steijns; Grôot Dikteej van de Tilburgse Taol 2002); K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - HOENNEER. Wanneer. Zie Kiliaen: De Bont: hoeneer, bijwoord, (weinig gebruikelijk) wanneer; Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): hoeneer - wanneer; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - hoeneer - wanneer; WNT HOENEER (vragend) - wanneer?
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal