elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kabbe

kabbe , kab , big, jong varken.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
kabbe , kab , zelfstandig naamwoord , big (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kabbe , kab , zelfstandig naamwoord , kèbke , bigge(n), jong varken; WBD jong varken, big, ook genoemd 'big', 'bag' of 'kuuske'; Dialectenquête 1876 - kabben en zeuge - biggen en zeugen; Zie De Bont, kap II; A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Naast 'drift' in T, ook 'kuuske' en 'kab/kabbe' rond T, alsmede 'bag' in een gedeelte v. Midden-Brabant. (blz. 154, krt.86); Bont kap, zelfstandig naamwoordvr. (weinig gebr.) 'kab' - bag, (het gewone woord in ons dial. big; verkleinde vorm 'käbke(n)'; kèbke; verkleinwoord; klein jong varken; gez. Pierre van Beek, Tilburgse Taalplastiek (1964-1974): et liste kèbke öt de maand; H. van Rijen (1988): 'kèpke' - jong kind; verkleinde vorm van 'kab' (met umlaut) Zie De Bont, kap II; laatste dochter uit het gezin
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal